Verslag van DAG 5 tot 8
Verslag van DAG 5 tot 8, van Spanje naar Agadir in Marokko.
DAG 5 kilometerstand 216.760 Vertrek om 10.00 uur vanuit Sotogrande na afscheid te hebben genomen van Rixt en Susan die aan hun eigen Europese rallye beginnen. We vertrekken met de broers John en Grump (Golf GTI 1986) en vader en schoonzoon van Team Wooler (Mitsubishi Pajero 1983) vanuit Sotogrande naar Algericas om met de veerboot naar Ceuta, een stukje Spanje in Marokko, over te steken. Team Wooler zamelt met deze rallye geld in voor een Engelse kankerstichting en is opgezet door zoon Wooler. Hij verloor echter in Frankrijk zijn paspoort al zodat hij afhaakte en vader en schoonzoon deze rallye tot een goed einde moeten brengen (een ware uitdaging volgens beide). Om 12.00 uur bereiken we Ceuta waar de benzine en drank belastingvrij, dus spotgoedkoop zijn. Helaas vullen we alleen de tank omdat de winkels hier ook op nieuwjaarsdag gesloten zijn; een kleine fout in onze zorgvuldige planning. Hierna begint het wachten voor de Marokkaanse douane. We worden in een soort afzetting gedirigeerd samen met de drie Land Rover ambulances en onze reisgenoten van deze dag. Er zijn ongeveer 20 loketten. Dit lijkt eerst overdreven, maar na anderhalf uur blijk je er toch redelijk veel nodig te hebben. Na de paspoortcontrole, de autoverzekering, de controle van de bagage en de autoregistratie mogen we doorrijden. De douanebeamte vraagt als vergoeding nog wel om een kleinigheid: nog nooit iemand zo blij gezien met twee pennen van de Bouw-en Houtbond FNV. Er blijven nog een paar duizend over voor de rest van de reis. Gelijk over de grens staan ongeveer vijftig Mercedes taxi's te wachten op klandizie, maar wij vervolgen onze weg in een konvooi van zes auto's naar Chefzouan. Dit kleine plaatsje bereiken we tegen de avond en op de plaatselijke camping worden de tenten opgezet, samen met ongeveer vijftien andere teams. In een internet cafe schrijven we ons eerste verslag van deze reis en we eten iets in het dorp. De BX trekt aardig wat bekijks gezien de jeugd die er op omhangt bij onze terugkomst.
DAG 6 216.932. Om 9.00 uur vetrekken we uit Chefchouan tezamen met de GTI broers. De communicatie verloopt middels walkie talkie die ze uit Engeland mee hebben genomen. We nemen na twee uur rijden afscheid; zij gaan door naar Rabat en wij besluiten de toeristische route via Meknes te nemen. Deze stad bereiken we om 14.00 uur. Van de Lonely Planet beschrijving ' het Versailles van Marokko' valt weinig te bespeuren en daarom wordt besloten door te rijden naar Azrou, een dorp een kleine honderd kilometer verder alwaar we in het donker arriveren. Als enige gasten in de plaatselijke jeugdherberg hebben we de keuze uit zo'n 20 stapelbedden, geen verwarming en koude douches. Buiten ligt ijs en is het rond het vriespunt, binnen ook. Na het inchecken (het is een Challenge) rijden we naar het dorp om iets te eten en een internetcafe te zoeken. Hoewel het een zeer traditioneel en primitief plattelandsdorp is, vinden we zonder problemen een internetcafe, ontmoeten we twee Marokkaanse broers met vette Belgische accenten (geboren in Antwerpen) en worden we door een meisje in het internetcafe uitgenodigd om bij haar familie te komen eten. We slaan het aanbod eerst af (argwanend als we zijn) maar zitten een kwartier later met de hele familie bij hen in de huiskamer: vader, moeder, zusjes, nichtje en broertje. De fotoalbums gaan al snel rond (vakantie in Marokko, school, bruiloften, karatetoernooien etc.), moeder kookt cous-cous en wij drinken thee en koffie. Het broertje is dolgelukkig met zijn Cambuur-shirt, de dames met hun shawls van het scholengemeenschap 'ROC de Amelanden in Amersfoort' en wij kunnen de mooie jurken van de moeder voor onze moeders niet weigeren. Er wordt hartelijk afscheid genomen en beloofd om ieder familielid of bekende langs te sturen als zij nog eens in Marokko komen. Bij deze.
DAG 7 217.235. Na een koude nacht, geen douche en koffie bij de familie Essai, vertrekken we uit Azrou op weg naar Marakkesh. Onderweg staat en hoop politie en leger om het konvooi van Barcelona-Dakar te begeleiden. In elk dorp worden we als helden onthaald omdat iedereen denkt dat we aan de 'echte' rallye meedoen; we laten ze graag in de waan en we hoeven voor geen enkel stoplicht of kruispunt te wachten. Waarschijnlijk overmoedig geworden door deze ervaring en vergeten dat we in een oude wagen rijden, trappen we het gaspedaal flink in tot om 17.00 uur en 40 kilometer voor Marakkesh het rode waarschuwingslampje met uitroepteken begint te branden. Het stoplampje volgt en aan de kant van de weg ontdekken we een olievlek onder het motorblok. 'Einde rallye' is onze eerste gedachte. Beide kijken we nog even onder de motorkap, omdat dat zo hoort in zulke gevallen, maar het lijkt een serieus defect te zijn omdat de olie gestaag op het wegdek druppelt. Aan de kant van de weg moeten we eerst aan een agent uitleggen waarom alle voorbijrazende vrachtwagens van Barcelona-Dakar niet voor ons stoppen en dat er ook geen bezemwagen voor ons langskomt. Hij belt een sleepdienst voor ons, maar na twee uur wachten besluiten we het erop te wagen en naar de camping in Marakkesh te rijden. Daar zijn veel van de andere teams en is voldoende kennis aanwezig om ons te helpen. In een slakkegangetje gaan we op weg totdat 2 kilometer voor Marakkesh de sleepdienst ons inhaalt. Na lang onderhandelen geven we 20 euro voor de benzine omdat hij 80 kilometer voor niks is gereden. Op de camping aangekomen, drinken we nog iets met twee Letse teams die meedoen in oude Russische Volga's en met Derrick en Morris, twee Ieren in een uit Nederland geimporteerde Land Rover.
DAG 8 217.720. Er bestaat een God en wel in de vorm van een Nederlands stel dat op onze camping staat, op de terugreis van een drie maanden durende tocht door Afrika. Hij is een automonteur en een wandelende vraagbaak voor alles wat met de Citroen BX te maken heeft. Het probleem is een kleine lek in het hydraulische systeem. Niks om ons zorgen over te maken, gewoon de hydraulische olie bij blijven vullen en misschien een slangetje vervangen. We bezoeken de plaatselijke Citroen-dealer, kopen drie liter van deze olie en na het bijvullen snort de BX als nooit te voren en zijn alle waarschuwingslampjes uit. De tip van een Engelse deelnemer om een zwart stickertje over deze lampjes te plakken, hoeven we dan ook niet tot uitvoer te brengen. Na inkopen te hebben gedaan met Derrick van het Ierse team in de Land Rover, vertrekken we samen met hen om 16.00 uur richting Agadir. We zijn niet de enigen met mechanische problemen: de Ieren hebben een probleem met hun radiator, de bus uit Manchester heeft enig laswerk nodig, een van de Land Rover ambulances een kapotte oliepomp en een vastgeschoten achterwiel. Met het Ierse team bereiken we om 20.30 uur Agadir, zij gaan naar een hotel (want beide grieperig) en wij naar de camping waar de Land Rovers later ook arriveren. Vanaf morgen begint het echte werk: de malariatabletten ten eerste, minder communicatiemogelijkheden ten tweede en de moeilijkere etappes ten derde. Wij zijn nog steeds vol goede moed, rijden waarschijnlijk in konvooi met de drie Land Rover ambulances en de Ierse Land Rover verder. Over een sleepje door het zand hoeven we ons geen zorgen te maken, over warme douches en schone toiletten evenmin. Het eerste lijkt geregeld en de laatste twee zien we over een paar weken wel weer. Hopelijk tot snel!
DAG 5 kilometerstand 216.760 Vertrek om 10.00 uur vanuit Sotogrande na afscheid te hebben genomen van Rixt en Susan die aan hun eigen Europese rallye beginnen. We vertrekken met de broers John en Grump (Golf GTI 1986) en vader en schoonzoon van Team Wooler (Mitsubishi Pajero 1983) vanuit Sotogrande naar Algericas om met de veerboot naar Ceuta, een stukje Spanje in Marokko, over te steken. Team Wooler zamelt met deze rallye geld in voor een Engelse kankerstichting en is opgezet door zoon Wooler. Hij verloor echter in Frankrijk zijn paspoort al zodat hij afhaakte en vader en schoonzoon deze rallye tot een goed einde moeten brengen (een ware uitdaging volgens beide). Om 12.00 uur bereiken we Ceuta waar de benzine en drank belastingvrij, dus spotgoedkoop zijn. Helaas vullen we alleen de tank omdat de winkels hier ook op nieuwjaarsdag gesloten zijn; een kleine fout in onze zorgvuldige planning. Hierna begint het wachten voor de Marokkaanse douane. We worden in een soort afzetting gedirigeerd samen met de drie Land Rover ambulances en onze reisgenoten van deze dag. Er zijn ongeveer 20 loketten. Dit lijkt eerst overdreven, maar na anderhalf uur blijk je er toch redelijk veel nodig te hebben. Na de paspoortcontrole, de autoverzekering, de controle van de bagage en de autoregistratie mogen we doorrijden. De douanebeamte vraagt als vergoeding nog wel om een kleinigheid: nog nooit iemand zo blij gezien met twee pennen van de Bouw-en Houtbond FNV. Er blijven nog een paar duizend over voor de rest van de reis. Gelijk over de grens staan ongeveer vijftig Mercedes taxi's te wachten op klandizie, maar wij vervolgen onze weg in een konvooi van zes auto's naar Chefzouan. Dit kleine plaatsje bereiken we tegen de avond en op de plaatselijke camping worden de tenten opgezet, samen met ongeveer vijftien andere teams. In een internet cafe schrijven we ons eerste verslag van deze reis en we eten iets in het dorp. De BX trekt aardig wat bekijks gezien de jeugd die er op omhangt bij onze terugkomst.
DAG 6 216.932. Om 9.00 uur vetrekken we uit Chefchouan tezamen met de GTI broers. De communicatie verloopt middels walkie talkie die ze uit Engeland mee hebben genomen. We nemen na twee uur rijden afscheid; zij gaan door naar Rabat en wij besluiten de toeristische route via Meknes te nemen. Deze stad bereiken we om 14.00 uur. Van de Lonely Planet beschrijving ' het Versailles van Marokko' valt weinig te bespeuren en daarom wordt besloten door te rijden naar Azrou, een dorp een kleine honderd kilometer verder alwaar we in het donker arriveren. Als enige gasten in de plaatselijke jeugdherberg hebben we de keuze uit zo'n 20 stapelbedden, geen verwarming en koude douches. Buiten ligt ijs en is het rond het vriespunt, binnen ook. Na het inchecken (het is een Challenge) rijden we naar het dorp om iets te eten en een internetcafe te zoeken. Hoewel het een zeer traditioneel en primitief plattelandsdorp is, vinden we zonder problemen een internetcafe, ontmoeten we twee Marokkaanse broers met vette Belgische accenten (geboren in Antwerpen) en worden we door een meisje in het internetcafe uitgenodigd om bij haar familie te komen eten. We slaan het aanbod eerst af (argwanend als we zijn) maar zitten een kwartier later met de hele familie bij hen in de huiskamer: vader, moeder, zusjes, nichtje en broertje. De fotoalbums gaan al snel rond (vakantie in Marokko, school, bruiloften, karatetoernooien etc.), moeder kookt cous-cous en wij drinken thee en koffie. Het broertje is dolgelukkig met zijn Cambuur-shirt, de dames met hun shawls van het scholengemeenschap 'ROC de Amelanden in Amersfoort' en wij kunnen de mooie jurken van de moeder voor onze moeders niet weigeren. Er wordt hartelijk afscheid genomen en beloofd om ieder familielid of bekende langs te sturen als zij nog eens in Marokko komen. Bij deze.
DAG 7 217.235. Na een koude nacht, geen douche en koffie bij de familie Essai, vertrekken we uit Azrou op weg naar Marakkesh. Onderweg staat en hoop politie en leger om het konvooi van Barcelona-Dakar te begeleiden. In elk dorp worden we als helden onthaald omdat iedereen denkt dat we aan de 'echte' rallye meedoen; we laten ze graag in de waan en we hoeven voor geen enkel stoplicht of kruispunt te wachten. Waarschijnlijk overmoedig geworden door deze ervaring en vergeten dat we in een oude wagen rijden, trappen we het gaspedaal flink in tot om 17.00 uur en 40 kilometer voor Marakkesh het rode waarschuwingslampje met uitroepteken begint te branden. Het stoplampje volgt en aan de kant van de weg ontdekken we een olievlek onder het motorblok. 'Einde rallye' is onze eerste gedachte. Beide kijken we nog even onder de motorkap, omdat dat zo hoort in zulke gevallen, maar het lijkt een serieus defect te zijn omdat de olie gestaag op het wegdek druppelt. Aan de kant van de weg moeten we eerst aan een agent uitleggen waarom alle voorbijrazende vrachtwagens van Barcelona-Dakar niet voor ons stoppen en dat er ook geen bezemwagen voor ons langskomt. Hij belt een sleepdienst voor ons, maar na twee uur wachten besluiten we het erop te wagen en naar de camping in Marakkesh te rijden. Daar zijn veel van de andere teams en is voldoende kennis aanwezig om ons te helpen. In een slakkegangetje gaan we op weg totdat 2 kilometer voor Marakkesh de sleepdienst ons inhaalt. Na lang onderhandelen geven we 20 euro voor de benzine omdat hij 80 kilometer voor niks is gereden. Op de camping aangekomen, drinken we nog iets met twee Letse teams die meedoen in oude Russische Volga's en met Derrick en Morris, twee Ieren in een uit Nederland geimporteerde Land Rover.
DAG 8 217.720. Er bestaat een God en wel in de vorm van een Nederlands stel dat op onze camping staat, op de terugreis van een drie maanden durende tocht door Afrika. Hij is een automonteur en een wandelende vraagbaak voor alles wat met de Citroen BX te maken heeft. Het probleem is een kleine lek in het hydraulische systeem. Niks om ons zorgen over te maken, gewoon de hydraulische olie bij blijven vullen en misschien een slangetje vervangen. We bezoeken de plaatselijke Citroen-dealer, kopen drie liter van deze olie en na het bijvullen snort de BX als nooit te voren en zijn alle waarschuwingslampjes uit. De tip van een Engelse deelnemer om een zwart stickertje over deze lampjes te plakken, hoeven we dan ook niet tot uitvoer te brengen. Na inkopen te hebben gedaan met Derrick van het Ierse team in de Land Rover, vertrekken we samen met hen om 16.00 uur richting Agadir. We zijn niet de enigen met mechanische problemen: de Ieren hebben een probleem met hun radiator, de bus uit Manchester heeft enig laswerk nodig, een van de Land Rover ambulances een kapotte oliepomp en een vastgeschoten achterwiel. Met het Ierse team bereiken we om 20.30 uur Agadir, zij gaan naar een hotel (want beide grieperig) en wij naar de camping waar de Land Rovers later ook arriveren. Vanaf morgen begint het echte werk: de malariatabletten ten eerste, minder communicatiemogelijkheden ten tweede en de moeilijkere etappes ten derde. Wij zijn nog steeds vol goede moed, rijden waarschijnlijk in konvooi met de drie Land Rover ambulances en de Ierse Land Rover verder. Over een sleepje door het zand hoeven we ons geen zorgen te maken, over warme douches en schone toiletten evenmin. Het eerste lijkt geregeld en de laatste twee zien we over een paar weken wel weer. Hopelijk tot snel!

0 Comments:
Post a Comment
<< Home