Verslag DAG 8 tot 15
DAG 8 05/01/2005 km. stand 217.888. Vandaag een echte verplaatsingsdag, van Agadir naar Laayoune. De afstand lijkt niet lang, maar met een gemiddeld afgelegde afstand van zo'n 60 kilometer per uur is het zaak om stug door te rijden. We halen Derek en Maurice om 10 uur op bij hun hotel, kopen zoveel mogelijk hydraulische olie voor ons lekkende systeem als we kunnen (8 liter, de tankhouder was een tevreden mens) en gaan op weg. De omgeving is ruw en bergachtig, we passeren regelmatig andere deelnemers aan de rallye en we maken goede progressie. De laatste kilometers gaan door een heuvellandschap waar inhalen voor onoverzichtelijke bochten heel normaal is. Nadat we enkele keren bijna de gezichtsuitdrukking van een ons frontaal tegemoetkomende Marokkaanse taxichauffeur hebben kunnen zien, besluiten we ons blauwe zwaailicht aan te zetten. Dit werkt uitstekend, alle auto's wijken uit en zo rijden we met een gerust gevoel naar Laayoune; een redelijk grote stad waar veel UN troepen gestationeerd zijn. We bereiken het hotel om een uur of acht en zoeken een internetcafe om eindelijk een paar foto's te kunnen versturen. Na drie uren tevergeefs proberen, lijkt het eindelijk te lukken en net als we tegen elkaar zeggen dat er nu wel iets heel ergs moet gebeuren, valt de stroom in de gehele stad uit. Het was de goden verzoeken. Na wat gesprekken met andere gearriveerde teams, besluiten we naar de kamer te gaan vanwege de vroege start morgenochtend.
DAG 9 218.624 km. Er ligt weer een plasje hydraulische vloeistof onder de auto deze ochtend. We gooien er een litertje bij en houden zo 7 liter over voor de rest van de trip; als het lekken niet erger wordt, zou dit genoeg moeten zijn tot aan Gambia. Er wordt gewaarschuwd dat vandaag zwaar gaat worden, maar de weg van Laayoune naar Dakhla blijkt in zeer goede staat te zijn en we bereiken de camping dan ook al om een uur of drie. Veel andere teams druppelen binnen en er wordt gegeten met de twee Franse broers Bigo die de rallye met de oude Peugeot 405 van hun moeder rijden. Dankzij een Duitse campinggast met de originele naam Wolfgang vinden we een garage die de radiateur van de Ierse Land Rover en het lek van onze BX kan repareren op de volgende (rust)dag.
DAG 10 219.312 km. Het woord garage mag hier niet te letterlijk worden genomen: het is een betonnen blok met een zandvloer waar jaren van lekkende olie en andere chemicalien zijn werk heeft gedaan. De heren kunnen hier echter met een nagelvijl een moterblok vervangen en tikken binnen een halve dag een gebruikte radiator van een Peugeotbus voor de Land Rover op de kop, vervangen de oude, dichten het lek in de leiding van ons hydraulische systeem, vervangen onze koppelingsplaten tegelijkertijd (we vertrouwden ze niet voor de woestijn), plaatsen hogere veren onder de Mercedes en BMW van twee andere teams en verven Wolfgangs Nissan Patrol legergroen. Petje af voor Rachid en zijn maten. 's Avonds vindt er nog een bijeenkomst van de hele groep plaats op de camping en er wordt tot in de kleine uurtjes bijgepraat over de reis tot dusver.
DAG 11 219.338 km. De hele groep probeert in konvooi naar de Marokkaanse grens te rijden maar omdat een van de deelnemende Peugeot 205-jes al binnen 200 meter na het verlaten van de camping een aanrijding veroorzaakt, valt dit plan al snel in duigen. De reis verloopt voorspoedig, de BX loopt als nooit tevoren en lekt geen druppel hydraulische olie meer. We rijden het grootste deel van de dag samen met de Ierse Land Rover, Brian (de meeste Engelse persoon ooit) en Martin in een Range Rover en de Golf GTI broers Tim en John die we nog van de eerste dagen kennen. De Marokkaanse grens levert geen problemen op nadat we het gebedel van de Marokkaanse grenswacht om bier, porno en whiskey vriendelijk edoch gedecideerd negeren. Voor kenners: Hij leek verbazend veel op de Ali G-creatie Borat, maar dit terzijde. Na de Marokkaanse grens volgt een bijna onbegaanbaar stuk niemandsland waar we binnen driehonderd meter vast komen te zitten. Met een Range Rover in het konvooi is dit geen probleem en we zijn na een paar minuten weer op weg. Meer auto's hebben problemen, de Peugeot 605 van de Cheesy Loafs staat zo laag dat hun zwaartse teamgenoot (minstens 150 kg schoon aan de haak) besluit de paar kilometer naar de Mauretanische grens te gaan lopen. Bij de grens begint de afperserij, 110 euro voor twee visa valt nog mee, 20 euro zonder aanwijsbare reden wordt onder protest aan een grenswacht in een ander hutje betaald. Gelukkig hoeft de auto niet leeggehaald te worden en na anderhalf uur kunnen we doorrijden naar onze camping/herberg in Nouadhibou. Het verschil met Marokko is schrijnend: auto's zonder lichten, nummerborden (een paar hadden de Nederlandse platen er nog opzitten) of ramen en deuren zijn hier de gewoonste zaak van de wereld. De kinderen vliegen op ons konvooitje af om te bedelen om 'cadeaux' of om pennen. Gelukkig hebben we van dit laatste een paar duizend in de kofferbak, maar na het weggeven van een paar, staat het hele dorp bij onze auto en komen dezelfde kinderen vragen om meer of plukken ze uit de handen van de kleineren. Bij de camping staat een regelaar die ons autoverzekering verkoopt (12 euro per auto) en een gids aansmeert voor de drie dagen in de woestijn voor de prijs van 250 euro voor zeven auto's. Ons konvooi zal bestaan uit de drie Land Rover ambulances, de Range Rover, De Golf GTI en de Mitsubishi Pajero van Team Wooler (vader en schoonzoon, bekenden uit Sotogrande). 's Avonds blijken de meeste teams Nouadhibou bereikt te hebben met tot dusver twee uitvallers.
DAG 12 09/01/2005 km. stand 219.783. Om half negen wordt vertrokken voor de eerste echte woestijdag. Na ongeveer twintig kilometer asfalt slaan we rechtsaf het zand in. De rotsen zijn het zwaarst, de hele auto lijkt uitelkaar te trillen, de plaat onder het motorblok is onmisbaar en er is angst dat een van de kabels van de hydrauliek het zal begeven. Van de vierwiel aangedreven autos verliest de Range Rover bijna zijn imperial, die na een half uur oponthoud op een autoband weer aan het dak gesnoerd. Dat hierdoor het hele dak ingedeukt wordt, deert de heren allerminst en voort gaat het. De BX moet hard werken met zijn 1400 cc motortje en wordt minstens tien keer uit het zand getrokken door de grotere auto's. We maken de sleepkabel niet eens meer los, maar hangen deze over het dak om tijd te besparen. Gekampeerd wordt in de woestijn na een provisorische pasta maaltijd en een paar drankjes.
DAG 13 219.928 km. Maandag 10 januari 2005 zal de boeken ingaan als Zwarte Maandag voor team Finding Dakar. Niet geheel toevallig op dag 13 van onze rallye begeeft de koppakking van onze Citroen BX het en is het einde rallye voor ons stukje Frans Vakmanschap. Eerst lekt de radiator weer na een kilometer of zestig rijden. Deze wordt nogmaals met vloeibaar metaal gerepareerd, maar net voordat de BX aan haar 220.000-ste kilometer gaat beginnen, valt alle kracht weg: lekke koppakking. De opties zijn schaars, we zijn 180 kilometer verwijderd van elke vorm van civilisatie, een sleepje zou teveel van de benzineconsumptie van de andere teams vergen en dus rest ons niets anders dan om met pijn in het hart en een brok in de keel de BX leeg te halen en achter te laten. Onze bagage wordt over de andere auto's verdeeld die hun overtollige ballast (jerrycans etc.) in de BX gooien en wij krijgen een lift achterin de Range Rover. The show must go on. Overnacht wordt op een camping aan het strand waar de teleurstelling met veel lauw bier wordt weggespoeld.
DAG 14 14/01/2005. Algehele baaldag omdat we over het strand naar Noakchott rijden, een wegdek dat de BX gemakkelijk had aangekund. Het strand was wit, net als onze BX. We zagen een Franse auto, onze BX kwam ook uit Frankrijk. We zagen een bandenspoor, dat kon onze BX ook. We zagen een paar stalen scheepswrakken. In Duitsland produceren ze veel staal. Onze BX was niet van staal, maar was wel eens in Duitsland geweest, etc. etc. Nouakchott bereiken we om een uur of zeven 's avonds.
DAG 9 218.624 km. Er ligt weer een plasje hydraulische vloeistof onder de auto deze ochtend. We gooien er een litertje bij en houden zo 7 liter over voor de rest van de trip; als het lekken niet erger wordt, zou dit genoeg moeten zijn tot aan Gambia. Er wordt gewaarschuwd dat vandaag zwaar gaat worden, maar de weg van Laayoune naar Dakhla blijkt in zeer goede staat te zijn en we bereiken de camping dan ook al om een uur of drie. Veel andere teams druppelen binnen en er wordt gegeten met de twee Franse broers Bigo die de rallye met de oude Peugeot 405 van hun moeder rijden. Dankzij een Duitse campinggast met de originele naam Wolfgang vinden we een garage die de radiateur van de Ierse Land Rover en het lek van onze BX kan repareren op de volgende (rust)dag.
DAG 10 219.312 km. Het woord garage mag hier niet te letterlijk worden genomen: het is een betonnen blok met een zandvloer waar jaren van lekkende olie en andere chemicalien zijn werk heeft gedaan. De heren kunnen hier echter met een nagelvijl een moterblok vervangen en tikken binnen een halve dag een gebruikte radiator van een Peugeotbus voor de Land Rover op de kop, vervangen de oude, dichten het lek in de leiding van ons hydraulische systeem, vervangen onze koppelingsplaten tegelijkertijd (we vertrouwden ze niet voor de woestijn), plaatsen hogere veren onder de Mercedes en BMW van twee andere teams en verven Wolfgangs Nissan Patrol legergroen. Petje af voor Rachid en zijn maten. 's Avonds vindt er nog een bijeenkomst van de hele groep plaats op de camping en er wordt tot in de kleine uurtjes bijgepraat over de reis tot dusver.
DAG 11 219.338 km. De hele groep probeert in konvooi naar de Marokkaanse grens te rijden maar omdat een van de deelnemende Peugeot 205-jes al binnen 200 meter na het verlaten van de camping een aanrijding veroorzaakt, valt dit plan al snel in duigen. De reis verloopt voorspoedig, de BX loopt als nooit tevoren en lekt geen druppel hydraulische olie meer. We rijden het grootste deel van de dag samen met de Ierse Land Rover, Brian (de meeste Engelse persoon ooit) en Martin in een Range Rover en de Golf GTI broers Tim en John die we nog van de eerste dagen kennen. De Marokkaanse grens levert geen problemen op nadat we het gebedel van de Marokkaanse grenswacht om bier, porno en whiskey vriendelijk edoch gedecideerd negeren. Voor kenners: Hij leek verbazend veel op de Ali G-creatie Borat, maar dit terzijde. Na de Marokkaanse grens volgt een bijna onbegaanbaar stuk niemandsland waar we binnen driehonderd meter vast komen te zitten. Met een Range Rover in het konvooi is dit geen probleem en we zijn na een paar minuten weer op weg. Meer auto's hebben problemen, de Peugeot 605 van de Cheesy Loafs staat zo laag dat hun zwaartse teamgenoot (minstens 150 kg schoon aan de haak) besluit de paar kilometer naar de Mauretanische grens te gaan lopen. Bij de grens begint de afperserij, 110 euro voor twee visa valt nog mee, 20 euro zonder aanwijsbare reden wordt onder protest aan een grenswacht in een ander hutje betaald. Gelukkig hoeft de auto niet leeggehaald te worden en na anderhalf uur kunnen we doorrijden naar onze camping/herberg in Nouadhibou. Het verschil met Marokko is schrijnend: auto's zonder lichten, nummerborden (een paar hadden de Nederlandse platen er nog opzitten) of ramen en deuren zijn hier de gewoonste zaak van de wereld. De kinderen vliegen op ons konvooitje af om te bedelen om 'cadeaux' of om pennen. Gelukkig hebben we van dit laatste een paar duizend in de kofferbak, maar na het weggeven van een paar, staat het hele dorp bij onze auto en komen dezelfde kinderen vragen om meer of plukken ze uit de handen van de kleineren. Bij de camping staat een regelaar die ons autoverzekering verkoopt (12 euro per auto) en een gids aansmeert voor de drie dagen in de woestijn voor de prijs van 250 euro voor zeven auto's. Ons konvooi zal bestaan uit de drie Land Rover ambulances, de Range Rover, De Golf GTI en de Mitsubishi Pajero van Team Wooler (vader en schoonzoon, bekenden uit Sotogrande). 's Avonds blijken de meeste teams Nouadhibou bereikt te hebben met tot dusver twee uitvallers.
DAG 12 09/01/2005 km. stand 219.783. Om half negen wordt vertrokken voor de eerste echte woestijdag. Na ongeveer twintig kilometer asfalt slaan we rechtsaf het zand in. De rotsen zijn het zwaarst, de hele auto lijkt uitelkaar te trillen, de plaat onder het motorblok is onmisbaar en er is angst dat een van de kabels van de hydrauliek het zal begeven. Van de vierwiel aangedreven autos verliest de Range Rover bijna zijn imperial, die na een half uur oponthoud op een autoband weer aan het dak gesnoerd. Dat hierdoor het hele dak ingedeukt wordt, deert de heren allerminst en voort gaat het. De BX moet hard werken met zijn 1400 cc motortje en wordt minstens tien keer uit het zand getrokken door de grotere auto's. We maken de sleepkabel niet eens meer los, maar hangen deze over het dak om tijd te besparen. Gekampeerd wordt in de woestijn na een provisorische pasta maaltijd en een paar drankjes.
DAG 13 219.928 km. Maandag 10 januari 2005 zal de boeken ingaan als Zwarte Maandag voor team Finding Dakar. Niet geheel toevallig op dag 13 van onze rallye begeeft de koppakking van onze Citroen BX het en is het einde rallye voor ons stukje Frans Vakmanschap. Eerst lekt de radiator weer na een kilometer of zestig rijden. Deze wordt nogmaals met vloeibaar metaal gerepareerd, maar net voordat de BX aan haar 220.000-ste kilometer gaat beginnen, valt alle kracht weg: lekke koppakking. De opties zijn schaars, we zijn 180 kilometer verwijderd van elke vorm van civilisatie, een sleepje zou teveel van de benzineconsumptie van de andere teams vergen en dus rest ons niets anders dan om met pijn in het hart en een brok in de keel de BX leeg te halen en achter te laten. Onze bagage wordt over de andere auto's verdeeld die hun overtollige ballast (jerrycans etc.) in de BX gooien en wij krijgen een lift achterin de Range Rover. The show must go on. Overnacht wordt op een camping aan het strand waar de teleurstelling met veel lauw bier wordt weggespoeld.
DAG 14 14/01/2005. Algehele baaldag omdat we over het strand naar Noakchott rijden, een wegdek dat de BX gemakkelijk had aangekund. Het strand was wit, net als onze BX. We zagen een Franse auto, onze BX kwam ook uit Frankrijk. We zagen een bandenspoor, dat kon onze BX ook. We zagen een paar stalen scheepswrakken. In Duitsland produceren ze veel staal. Onze BX was niet van staal, maar was wel eens in Duitsland geweest, etc. etc. Nouakchott bereiken we om een uur of zeven 's avonds.

0 Comments:
Post a Comment
<< Home