Dag 15 tot 21
DAG 15 12/01/2005. Een rustdag in Nouakchott, een stad nog smeriger en ongeorganiseerder dan Noadibhou. Gisteravond een hostel gevonden waar veel van de andere teams ook verblijven, een aantal anderen heeft voor de duurdere optie van een hotel gekozen. Wel lekker om een dag bij te komen en bij te slapen en niet te hoeven rijden. De dag wordt slapend en lezend op het dak/zonneterras van het hostel doorgebracht. Er bereiken ons berichten dat in totaal vijf auto's de woestijn niet hebben overleefd: een Jeep Wrangler plus aanhangwagen met motorfiets (de motor gaf het vijftig kilometer na de Jeep op), een Ford Escort cabriolet, een oude Mercedes 112, een Mitsubishi Colt en onze BX dus. Gisteravond onder het eten met Kate gesproken die in een Engelse ambulance aan de Challenge meedoet. Haar partner moest in Dakhla vanwege familieomstandigheden huiswaarts keren en wij voelen met haar mee; binnen een paar minuten hebben we een lift naar Gambia te pakken. Door geldgebrek hebben we een paar euro kunnen lenen van Will wiens busje het al in Marokko heeft opgegeven en die met de Range Rover meelift. In Mauretanie bestaat het begrip geldautomaat nog niet en betalen met creditcard kost een extra 20-50 euri 'administratiekosten'. Een pizza heeft nog nooit zo lekker gesmaakt en ook de biertjes in de achtertuin van het hostel smaken best. Wolfgang, de Duitser die we nog kennen uit Dakhla, lift met de stadsbus uit Manchester mee en geeft de tip om morgenochtend vroeg te vertrekken om zoveel mogelijk politieposten tot de Senegalese grens te omzeilen. Hoe de stadsbus de woestijn heeft getrotseerd, blijft een raadsel. Ze hebben voor de weg in plaats van de woestijn gekozen, maar na twintig kilometer bleek er geen verschil meer te bestaan tussen weg en woestijn.
DAG 16. Wonderbaarlijk, maar 25 auto's staan om 6 uur 's ochtends klaar voor vertrek. Onder aanvoering van de stadsbus gaat dit wonderlijk uitziende konvooi op weg naar de Senegalese grens en Wolfgang krijgt gelijk; amper politieposten en de paar die we tegenkomen worden onder het schreeuwen van 'Barcelona-Dakar rallye! Attention!' voorbijgereden. Na twee uur rijden krijgt een 2CV bestel motorpech, wat een oponthoud van een uur oplevert. Er wordt besloten om de eend achter de Ierse Land Rover (de sterkste auto in de groep na de reparatie in Marokko) naar Senegal te slepen om meer tijdsverlies te voorkomen. Een half uur later breekt de wielophanging af en wordt de Eend met de voorkant van de grond aan de Land Rover 'gelijmd', alleen haar achterwielen raken de grond nog. We bereiken de Mauretaanse grens om ongeveer 1 uur 's middags. Twintig euro per auto, tien euro per persoon en vijf euro voor de man die de slagboom opent, je krijgt daar wel een nietszeggend 'verlotings'ticket zonder tekst voor terug. De grens overgang verloopt soepeltjes na de betalingen en vijfhonderd meter verder wacht de Senegalese grens. Het wachten begint na de eerste betaling van tien euro per persoon en acht euro voor de man van de slagboom (geen ticket deze keer). Vanwege de regel dat auto's ouder dan vijf jaar het land niet inmogen, moet er voor een politie-escorte door Senegal betaald worden. Marc vindt later uit dat deze regel door de kerkhoofden is ingevoerd om hun eigen auto-importhandeltjes met Belgie en Italie te beschermen. Dit blijkt wel uit het feit dat een auto jonger dan vijf jaar moeilijk te vinden is in Senegal, net als in de rest van Afrika. Na betaling van 60 euro per auto en 30 euro voor de auto-verzekering mogen we na vijf uur wachten doorrijden. Iedereen is nu moe en geirriteerd en het wordt een lange rit naar Zebrabar, onze verblijfplaats voor de komende twee dagen. Meine rijdt de ambulance nu en Marc speelt met de sirenes en zwaailichten. Zebrabar bereiken we om middernacht. Vanwege vloed moeten we de loopbrug naar de camping nemen en de auto's blijven aan de andere kant staan. Steve, de bestuurder van de Range Rover, heeft 's nachts een poging gedaan, maar bleef midden in de rivier steken. Pas de volgende ochtend kan zijn auto eruit worden getrokken en na het opdrogen blijkt dat de motor het heeft begeven. Via het lassen van een soort caravankoppeling aan de voorbumper kan ze aan de Ierse Land Rover (hun weer) gehaakt worden en bereikt tenslotte Gambia als aanhangwagen. Nog altijd beter dan zonder auto aankomen, volgens onze bescheiden mening.
DAG 17 en 18 zijn rustdagen in Zebrabar. De camping wordt gerund door een Zwitsers stel, te merken aan de 'Europese' prijzen. Er wordt op vertrouwensbasis gewerkt: alle biertjes die je drinkt moet je zelf in het grote boek noteren en ook het onbijt en avondeten worden pas aan het einde verrekend. Soms werkt dit in hun nadeel, gezien de tweehonderd 'verdwenen' pilsjes van groep 1 twee weken voor ons, maar meestal kan het blijkbaar wel uit. We bezoeken beide dagen St. Louis, een verademing na Mauretanie. Wolfgang kent de beste restaurants en neemt ons mee naar Le Provencale waar je voor 5 euro de lekkerste steak van Senegal krijgt. We bezoeken de markt met enkele andere teams en tikken voor vier euro het Senegaleze voetbalshirt op de kop. Met NIck en Ann, die we nog kennen uit Sotogrande, kijken we de wedstrijd Arsenal-Bolton alvorens we naar de camping terugkeren om met de hele groep te barbecuen. Nick en Ann zijn beide een beetje hardhorend omdat de uitlaat van hun BMW uit 1979 er in de woestijn is afgebroken. Ann rijdt het grootste deel van de dag met bouwvakkersoordoppen op en de benen uit het raam en de rest van het konvooi probeert niet te dicht in hun buuirt te rijden.
DAG 19 16/01/2005. Met politie-escorte gaan we op weg om vandaag te proberen de Gambiaanse grens te bereiken. De 2CV bestel, net gerepareerd, krijgt weer problemen maar kan gemaakt worden na een tussenstop. Al snel wordt duidelijk dat we de grens vanavond niet zullen halen en we overnachten in Karang na een loodzware dag rijden. We vallen gelijk in slaap in ons tentje voor het hotel waar veel andere teams verblijven. Omdat we dachten dat we Gambia zouden bereiken, hebben we uit voorzorg al ons Senegaleze geld maar alvast uitgegeven. Niet al te slim zal de volgende dag blijken.
DAG 20. 17/01/2005. Weer een vroege start. De politie-escorte hebben we gisteravond afgekocht, inclusief de Senegaleze grensformaliteiten. De grensovergangen zijn een eitje. Ze nemen beide nog geen kwartier in beslag en om twaalf uur 's middags staan we in de rij in Barra, voor de veerboot die ons over de Gambia River naar Banjul zal brengen. Het is snikheet, we staan onder de gloeiende zon, er zwermen honderden kinderen om de auto's die bedelen om alles wat ze in de auto's zien liggen. Ze proberen ons van alles te verkopen: Hasj, Bier, ijskoude cola en water. Wij zijn nu officieel blut, geen euro's, geen CFA's, geen Mauretaanse Oeki Hoekema's (of iets dergelijks) en geen Marokkaans geld meer. Met een paar euro-muntjes ritselen we een paar flessen water. De rij is zo ongeorganiseerd dat we er om zeven uur 's avonds nog staan. Uiteindelijk mogen we, na acht uur wachten, op de veerboot van acht uur na omkoping van een van de controleurs met een stretcher. De overtocht duurt slechts drie kwartier en tot onze opluchting haalt de oude Roemeense veerboot Banjul. We arriveren bij Hotel Safari Gardens, het officiele eindpunt van de Challenge, om een uur of negen en drinken tot sluitingstijd met de andere teams. Er volgt nog een verslag van de parade door de hoofdstad Banjul, de veiling in het voetbalstadion en ons bezoek aan de school in Tanji. Ook proberen we z.s.m. enkele foto's op onze site te zetten. Later.
DAG 16. Wonderbaarlijk, maar 25 auto's staan om 6 uur 's ochtends klaar voor vertrek. Onder aanvoering van de stadsbus gaat dit wonderlijk uitziende konvooi op weg naar de Senegalese grens en Wolfgang krijgt gelijk; amper politieposten en de paar die we tegenkomen worden onder het schreeuwen van 'Barcelona-Dakar rallye! Attention!' voorbijgereden. Na twee uur rijden krijgt een 2CV bestel motorpech, wat een oponthoud van een uur oplevert. Er wordt besloten om de eend achter de Ierse Land Rover (de sterkste auto in de groep na de reparatie in Marokko) naar Senegal te slepen om meer tijdsverlies te voorkomen. Een half uur later breekt de wielophanging af en wordt de Eend met de voorkant van de grond aan de Land Rover 'gelijmd', alleen haar achterwielen raken de grond nog. We bereiken de Mauretaanse grens om ongeveer 1 uur 's middags. Twintig euro per auto, tien euro per persoon en vijf euro voor de man die de slagboom opent, je krijgt daar wel een nietszeggend 'verlotings'ticket zonder tekst voor terug. De grens overgang verloopt soepeltjes na de betalingen en vijfhonderd meter verder wacht de Senegalese grens. Het wachten begint na de eerste betaling van tien euro per persoon en acht euro voor de man van de slagboom (geen ticket deze keer). Vanwege de regel dat auto's ouder dan vijf jaar het land niet inmogen, moet er voor een politie-escorte door Senegal betaald worden. Marc vindt later uit dat deze regel door de kerkhoofden is ingevoerd om hun eigen auto-importhandeltjes met Belgie en Italie te beschermen. Dit blijkt wel uit het feit dat een auto jonger dan vijf jaar moeilijk te vinden is in Senegal, net als in de rest van Afrika. Na betaling van 60 euro per auto en 30 euro voor de auto-verzekering mogen we na vijf uur wachten doorrijden. Iedereen is nu moe en geirriteerd en het wordt een lange rit naar Zebrabar, onze verblijfplaats voor de komende twee dagen. Meine rijdt de ambulance nu en Marc speelt met de sirenes en zwaailichten. Zebrabar bereiken we om middernacht. Vanwege vloed moeten we de loopbrug naar de camping nemen en de auto's blijven aan de andere kant staan. Steve, de bestuurder van de Range Rover, heeft 's nachts een poging gedaan, maar bleef midden in de rivier steken. Pas de volgende ochtend kan zijn auto eruit worden getrokken en na het opdrogen blijkt dat de motor het heeft begeven. Via het lassen van een soort caravankoppeling aan de voorbumper kan ze aan de Ierse Land Rover (hun weer) gehaakt worden en bereikt tenslotte Gambia als aanhangwagen. Nog altijd beter dan zonder auto aankomen, volgens onze bescheiden mening.
DAG 17 en 18 zijn rustdagen in Zebrabar. De camping wordt gerund door een Zwitsers stel, te merken aan de 'Europese' prijzen. Er wordt op vertrouwensbasis gewerkt: alle biertjes die je drinkt moet je zelf in het grote boek noteren en ook het onbijt en avondeten worden pas aan het einde verrekend. Soms werkt dit in hun nadeel, gezien de tweehonderd 'verdwenen' pilsjes van groep 1 twee weken voor ons, maar meestal kan het blijkbaar wel uit. We bezoeken beide dagen St. Louis, een verademing na Mauretanie. Wolfgang kent de beste restaurants en neemt ons mee naar Le Provencale waar je voor 5 euro de lekkerste steak van Senegal krijgt. We bezoeken de markt met enkele andere teams en tikken voor vier euro het Senegaleze voetbalshirt op de kop. Met NIck en Ann, die we nog kennen uit Sotogrande, kijken we de wedstrijd Arsenal-Bolton alvorens we naar de camping terugkeren om met de hele groep te barbecuen. Nick en Ann zijn beide een beetje hardhorend omdat de uitlaat van hun BMW uit 1979 er in de woestijn is afgebroken. Ann rijdt het grootste deel van de dag met bouwvakkersoordoppen op en de benen uit het raam en de rest van het konvooi probeert niet te dicht in hun buuirt te rijden.
DAG 19 16/01/2005. Met politie-escorte gaan we op weg om vandaag te proberen de Gambiaanse grens te bereiken. De 2CV bestel, net gerepareerd, krijgt weer problemen maar kan gemaakt worden na een tussenstop. Al snel wordt duidelijk dat we de grens vanavond niet zullen halen en we overnachten in Karang na een loodzware dag rijden. We vallen gelijk in slaap in ons tentje voor het hotel waar veel andere teams verblijven. Omdat we dachten dat we Gambia zouden bereiken, hebben we uit voorzorg al ons Senegaleze geld maar alvast uitgegeven. Niet al te slim zal de volgende dag blijken.
DAG 20. 17/01/2005. Weer een vroege start. De politie-escorte hebben we gisteravond afgekocht, inclusief de Senegaleze grensformaliteiten. De grensovergangen zijn een eitje. Ze nemen beide nog geen kwartier in beslag en om twaalf uur 's middags staan we in de rij in Barra, voor de veerboot die ons over de Gambia River naar Banjul zal brengen. Het is snikheet, we staan onder de gloeiende zon, er zwermen honderden kinderen om de auto's die bedelen om alles wat ze in de auto's zien liggen. Ze proberen ons van alles te verkopen: Hasj, Bier, ijskoude cola en water. Wij zijn nu officieel blut, geen euro's, geen CFA's, geen Mauretaanse Oeki Hoekema's (of iets dergelijks) en geen Marokkaans geld meer. Met een paar euro-muntjes ritselen we een paar flessen water. De rij is zo ongeorganiseerd dat we er om zeven uur 's avonds nog staan. Uiteindelijk mogen we, na acht uur wachten, op de veerboot van acht uur na omkoping van een van de controleurs met een stretcher. De overtocht duurt slechts drie kwartier en tot onze opluchting haalt de oude Roemeense veerboot Banjul. We arriveren bij Hotel Safari Gardens, het officiele eindpunt van de Challenge, om een uur of negen en drinken tot sluitingstijd met de andere teams. Er volgt nog een verslag van de parade door de hoofdstad Banjul, de veiling in het voetbalstadion en ons bezoek aan de school in Tanji. Ook proberen we z.s.m. enkele foto's op onze site te zetten. Later.

1 Comments:
He thrillseekers,
Reeds eerder naar jullie site opzoek geweest. Echter na een tip van Jos gevonden (geen fundingdakar, maar findingdakar, verder geen .com maar .nl). Spijtig om te horen dat jullie auto de geest heeft gegeven, maar dit drukt zo te lezen de pret niet (al te) erg. Voor het overige als jullie reis ook maar half zo vermakelijk is als het weblog van Marc dan moet het een fantastische ervaring zijn.
Neem bij thuiskomst even een paar Oeki Hoekema's mee, ik heb zo'n idee dat daar in Leeuwarden wel een fan voor te vinden is.
Ik weet niet wanneer dit gelezen gaat worden, maar als jullie nog in Afrika zijn wens ik jullie een behouden reis.
Tot horens
Ps tell Borat i said hai
Post a Comment
<< Home